Wat zijn wilde bijen?
De meeste soorten in Vlaanderen zijn solitair, wat wil zeggen dat ze op zichzelf aangewezen zijn voor voedsel, onderdak en voortplanting. Andere soorten, zoals hommels, vormen een kolonie. Nog andere bijen worden ‘koekoeksbijen’ genoemd en profiteren van een bepaald bijensoort door hun eitje in hun nestplaats af te leggen, net zoals de koekoek dat doet!
Hoewel wilde bijen allemaal verschillend zijn, hebben ze grotendeels hetzelfde nodig om zich succesvol te kunnen voortplanten. Hou met de volgende 5 kernwoorden rekening bij het inrichten van je tuin.
1. Voortplanting
Ondergronds nestelende bijen: 70% van de wilde bijen nestelt ondergronds, bij voorkeur op zonnige, zanderige open plekken.
- Vermijd overmatige verharding in je tuin; gebruik zandige paden.
- Laat kale plekken in je gazon rustig ontwikkelen tot nestelplekjes voor bijen.
Bovengronds nestelende bijen: Deze bijen nestelen in holle stengels of dood hout (kevergangen).
- Laat dorre stengels in ruigere hoekjes staan voor minstens 1 jaar of langer.
- Voorzie een stapeltje dood hout in je tuin, wat ook andere insecten aantrekt.
2. Voedsel
Wilde bijen eten stuifmeel en nectar: nectar als energiebron en stuifmeel voor hun kroost. Van maart tot september zijn wilde bijen actief, dus zorg voor een gevarieerd aanbod van bloeiende planten en bomen. Kies planten die op elkaar aansluiten in hun bloeiperiode voor een gesloten bloemboog.
- Soorten met gegarandeerd bijensucces:
- Inheemse kruiden: knoopkruid, gewone biggenkruid, wilde margriet, madeliefje, rolklaver, boterbloem, witte klaver, ereprijs, rode klaver, duizendblad.
- Inheemse struiken/bomen: kers, braam, sporkehout, Europese vogelkers, lijsterbes, meidoorn, sleedoorn, aalbes, klimop, wilg, eik.
© Provincie West-Vlaanderen - Pieter Vandevoorde
- Bijen hebben verschillende voorkeuren qua bloemen, die voorkeur is grotendeels te verklaren aan hun tonglengte!
- Hommels (lange tong) verkiezen vaak vlinderbloemen zoals rolklaver en klaver.
- Zijdebijen (korte tong) verzamelen nectar uit bloemen met oppervlakte-nectar zoals wilde margriet.
- Specialistische bijen verzamelen stuifmeel van specifieke planten:
- Paardenbloembijen op paardenbloemen.
- Klokjesbijen op klokjes (campanulla’s).
- Klaverdikpoten op klavers.
Door verschillende plantenfamilies te voorzien, vergroot je de kans om meer verschillende bijensoorten!
Extra info over bloemenweides of bloemenakkers vind je op onze website!
BLOEMENWEIDES EN BLOEMENAKKERS
3. Veiligheid
- Gebruik geen pesticiden:
- Kies voor biologische bollen en planten, vaak worden planten en bollen in plantencentra met gewasbeschermingsmiddelen behandeld.
- Gefaseerd maaien:
- Maaien kan geen kwaad, maar doe dit met mate en varieer. Dit behoudt bloei en creëert meer nestplekken voor bijen. Maaien op verschillende tijden verlengt ook de bloei van bepaalde kruidachtigen.
© Debora Deprez
4. Variatie
- Gevarieerde tuin = meer bijensoorten: Verschillende plantensoorten, bloeitijden en groenvormen (bomen, heesters, gazon) trekken verschillende bijensoorten aan.
- Golvende lijnen: Creëer windluwe plekken met microklimaten waar bijen beschutting vinden en kunnen opwarmen.
- Waterpartijen: Een vijver of kleine waterpartij trekt ook gespecialiseerde bijensoorten aan.
© Jente Boone
5. Verplaatsing
- Wilde bijen zijn klein en verplaatsen zich meestal niet verder dan 200 meter voor voedsel.
- Zorg ervoor dat voortplantingsplekken en voedselbronnen niet te ver van elkaar liggen.
- Werk samen met buren om een netwerk van bijenvriendelijke tuinen te creëren voor een grotere impact.
© Danny Claeysier