Groene speelplaatsen winnen terrein in Vlaanderen

Van grijze betonvlakten naar levendige speelomgevingen vol groen, schaduw en avontuur. In 2025 begeleidden de 18 Regionale Landschappen de ontharding en vergroening van maar liefst 123 speelplaatsen in Vlaanderen.



Delen

Groene speelplaatsen winnen terrein in Vlaanderen: Regionale Landschappen begeleiden 123 scholen naar een klimaatrobuuste toekomst

10 juni 2026 - Van grijze betonvlakten naar levendige speelomgevingen vol groen, schaduw en avontuur. In 2025 begeleidden de 18 Regionale Landschappen de ontharding en vergroening van maar liefst 123 speelplaatsen in Vlaanderen. Daarmee groeit een beweging die niet alleen bijdraagt aan een beter klimaat en meer biodiversiteit, maar ook een merkbare impact heeft op het welzijn, de motorische ontwikkeling, de sociale vaardigheden en het speelgedrag van duizenden kinderen.

De cijfers tonen aan dat groene speelplaatsen steeds meer ingang vinden in het Vlaamse onderwijslandschap. Vooral in de provincie Antwerpen werd sterk ingezet op speelplaatsvergroening. 

© RLWVH - GVBS De Zonnebloem, Ardooie

De Regionale Landschappen Kleine en Grote Nete (34 projecten), Rivierenland (32) en de Voorkempen (23) nemen samen meer dan twee derde van de gerealiseerde projecten voor hun rekening. Die sterke resultaten zijn mee mogelijk gemaakt door het provinciale programma Groene Oases op School, dat scholen financieel en praktisch ondersteunt.

Maar ook elders in Vlaanderen groeit de vraag. In totaal begeleidden de Regionale Landschappen in 2025 projecten in veertien werkingsgebieden, van West-Vlaanderen tot Limburg en Vlaams-Brabant. Het toont aan dat de ambitie breed gedragen wordt.

© RLDV - Aanplant met leerlingen bij Sint-Eduardus, Merksem

Traject van samenwerking

De vergroening van speelplaatsen gaat veel verder dan het vervangen van tegels door gras. Voor scholen betekent het vaak een fundamentele herinrichting van hun buitenruimte, met aandacht voor natuurbeleving, waterbeheer, speelkwaliteit, klimaatadaptatie en educatieve kansen. 

Bij een speelplaatsproject vertrekken we altijd vanuit de dromen en noden van de school”, vertelt Jolien Konings van Regionaal Landschap de Voorkempen. “We begeleiden scholen van A tot Z: van participatiemomenten met leerlingen en leerkrachten, over ontwerp en subsidieaanvragen, tot werfopvolging, de uitvoering van de werken en het beheer achteraf. Die ontzorging is vaak cruciaal om een project mogelijk te maken.

De Regionale Landschappen helpen scholen bij het uitwerken van een ontwerp, het zoeken naar financiering, het begeleiden van aanbestedingen, de opvolging van de uitvoering en het organiseren van plant- en klusdagen. Daarbij wordt telkens gezocht naar oplossingen die aansluiten bij de dagelijkse werking van de school. “Een groene speelplaats moet niet alleen aantrekkelijk zijn”, zegt Konings. “Ze moet ook praktisch beheersbaar blijven, veilig zijn en uitnodigen tot gevarieerd spel. Dat vraagt maatwerk.”

Meerwaarde van ontharding in de praktijk

Een van de scholen die deze omslag maakte, is basisschool Sint-Eduardus in Merksem. De school met ongeveer 400 leerlingen transformeerde in 2025 een grotendeels verharde speelplaats van 1.200 vierkante meter. In totaal werd 650 vierkante meter onthard.

Voor de uitvoering van het project kon de school rekenen op financiële steun van zowel het provinciale project Groene Oases op School als het stedelijke programma Ecoscholen van Stad Antwerpen, dat scholen ondersteunt bij het verduurzamen van hun schoolomgeving. In een dichtbebouwde omgeving als Merksem is de beschikbare buitenruimte bijzonder waardevol. De herinrichting bood daarom een unieke kans om meer natuur, verkoeling en speelkansen te creëren.

Waar vroeger vooral beton lag, vinden leerlingen vandaag boomstammen, plantvakken, een speeltunnel, een gerecupereerde brede glijbaan, natuurlijke speelelementen en zones waar regenwater kan infiltreren. Directeur Rob Van den Bergh geeft toe dat de school aanvankelijk twijfels had. “Net voor de werken begonnen, waren we eerlijk gezegd best onder de indruk van de omvang van de verandering. Hoe zou het onderhoud verlopen? Wat met vuile schoenen? Hoe zouden de kinderen reageren? Vandaag kunnen we alleen maar zeggen: we zouden het onmiddellijk opnieuw doen.”

De school koos er bewust voor om leerlingen actief te betrekken bij de aanplantingen. Per halve klas kregen de kinderen uitleg over de planten en hielpen ze mee om de nieuwe speelplaats vorm te geven. “Dat heeft echt gewerkt”, zegt leerkracht Anthony Callewaert. “De kinderen voelen zich verantwoordelijk voor wat ze zelf mee hebben aangeplant. Ze spreken elkaar aan als iemand te dicht bij een plantvak komt en tonen veel respect voor de nieuwe inrichting.”

Foto: Schuif de verticale lijn naar links en rechts om de voor- en nasituatie te bekijken.

© RLWVH - Ontharding bij Prizma Heilig Hart School, Izegem

Minder conflicten, meer samenspel

De effecten blijken ook zichtbaar tijdens de speeltijden. “Een van de meest opvallende veranderingen is het dalende aantal conflicten”, vertelt Van den Bergh. “Wij registreren fysiek geweld via time-outs. Sinds de vergroening van de speelplaats zien we dat die cijfers zijn teruggelopen.”

Waar vroeger voetbal het speelbeeld domineerde, ontstaan nu spontaan allerlei vormen van spel. Kinderen bouwen, ontdekken, klimmen, balanceren en verzinnen zelf nieuwe activiteiten. “Voorheen moesten we sommige leerlingen vaak uitleggen hoe ze konden spelen”, zegt Kristel Hoppenbrouwers. “Nu zien we dat ze veel gemakkelijker zelf tot spel komen. Hun fantasie wordt geprikkeld.”

Volgens de school draagt de nieuwe inrichting niet alleen bij aan meer creativiteit, maar ook aan de ontwikkeling van motorische vaardigheden en sociale competenties. Door te klimmen, balanceren, bouwen en samenwerken leren kinderen hun lichaam beter gebruiken en oefenen ze voortdurend in overleg, samenwerking en probleemoplossend denken.

Ook de interactie tussen kleuters en leerlingen van de lagere school veranderde opvallend. Vroeger werden beide groepen tijdens gezamenlijke speeltijden van elkaar gescheiden door een duidelijke fysieke grens. “Die grens is verdwenen”, zegt Van den Bergh. “We waren daar vooraf bezorgd over, maar die angst bleek ongegrond. Integendeel: we zien meer samenwerking en meer spontaan samenspel tussen jongere en oudere kinderen.”

Voor zevenjarige leerling Nadia is de favoriete plek snel gekozen: “De glijbaan en de tunnel zijn het leukst. Je kunt er samen spelen en telkens iets anders verzinnen.” Ook de tienjarige Ibrahim merkt het verschil. “Vroeger voetbalde bijna iedereen. Nu doen we veel meer verschillende dingen. Soms bouwen we kampen of spelen we tussen de boomstammen.

© Frederik Beyens
© Provincie Antwerpen - Gerecupereerde glijbaan via Stad Antwerpen
© RLDV - Sint Johannaschool, Wommelgem

Klimaatwinst op schoolniveau

Naast de voordelen voor kinderen leveren groene speelplaatsen ook een bijdrage aan de klimaatuitdagingen waar Vlaanderen voor staat. Vlaanderen verhardt nog steeds aan een hoog tempo. Tegelijk wordt gewerkt aan de bouwshift, die het bijkomend ruimtebeslag moet terugdringen. Speelplaatsen vormen daarbij een logische plek om in te zetten op ontharding. Door tegels weg te nemen kan regenwater opnieuw in de bodem infiltreren. Dat helpt om droogte, wateroverlast en hittestress tegen te gaan. Tegelijk ontstaat ruimte voor bomen, struiken en andere vegetatie die de biodiversiteit versterken.

Bij Sint-Eduardus werd een wadi aangelegd waarin regenwater wordt opgevangen en vertraagd kan infiltreren. Daarnaast vangen regentonnen het water van de luifel op. Kleuters en leerlingen gebruiken dat water om planten water te geven en leren zo op een tastbare manier hoe water wordt hergebruikt en hoe overtollig regenwater opnieuw in de bodem terechtkomt. “Veel scholen vrezen modder of wateroverlast”, zegt Konings. “Maar met een goed ontwerp blijkt vaak het tegenovergestelde. Regenwater krijgt opnieuw de kans om lokaal in de bodem te dringen in plaats van rechtstreeks afgevoerd te worden.”

Provincie Antwerpen als voortrekker

Dat provincie Antwerpen de Vlaamse cijfers aanvoert, heeft veel te maken met de bijkomende investeringen die de provincie de voorbije jaren deed. Via het project Groene Oases op School krijgen scholen niet alleen financiële ondersteuning, maar ook begeleiding door medewerkers van de Regionale Landschappen of de provincie zelf.

Al 75.000 leerlingen genieten van een speelplaats die leeft dankzij Groene Oases op School, en daar stopt het niet”, vertelt gedeputeerde voor Milieu en Natuur Jan De Haes. “Door het enthousiasme van de scholen en de vele voordelen voor de leerlingen en het milieu schalen we op naar 500 extra groene speelplaatsen tijdens deze bestuursperiode. Op een groene speelplaats kan regenwater infiltreren, vermindert de hittestress en vergroot de biodiversiteit in verstedelijkte omgevingen. De Regionale Landschappen ondersteunen bij de uitvoering en zijn dankzij hun jarenlange expertise onmisbare projectpartners.

Met het project kiest de provincie Antwerpen bewust voor een combinatie van financiële steun en inhoudelijke begeleiding. Scholen kunnen rekenen op ondersteuning bij ontwerp, plantenkeuze, uitvoering en opvolging van de werken. Die aanpak verlaagt de drempel aanzienlijk en verklaart mee waarom de provincie vandaag de meeste speelplaatsprojecten realiseert.

© Provincie Antwerpen - Sint Calazans, Hoevenen
© RLDV - Sint-Eduardus, Schoten

Ambitie in heel Vlaanderen

Hoewel Antwerpen momenteel koploper is, leeft de ambitie in alle Vlaamse regio’s. De 123 gerealiseerde projecten tonen volgens de Regionale Landschappen vooral aan hoeveel potentieel er nog is. Scholen tonen steeds vaker interesse in ontharding en vergroening, maar botsen niet zelden op beperkte budgetten, een gebrek aan tijd of onzekerheid over de uitvoering. Net daar maken de Regionale Landschappen volgens betrokkenen het verschil.

Scholen hoeven dit niet alleen te doen”, besluit Konings. “Wij zien overal in Vlaanderen enthousiasme bij directies, leerkrachten, ouders en leerlingen. Wanneer er voldoende ondersteuning beschikbaar is, kunnen nog veel meer speelplaatsen transformeren tot groene leer- en speelomgevingen die klaar zijn voor de toekomst.” Met 123 gerealiseerde projecten in één jaar is de beweging alvast stevig op gang gekomen. Voor duizenden Vlaamse kinderen betekent dat vandaag al meer schaduw, meer natuur, meer spelplezier en meer ruimte om op te groeien in een omgeving die letterlijk en figuurlijk meer ademruimte biedt.